Rubriek
Antisemitisme herkennen
Kritiek op Israël mag, net als kritiek op elk ander land. Maar haat tegen Joden, verpakt als kritiek op Israël, mag nooit. Hoe zie je het verschil?
De IHRA-werkdefinitie
De International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) stelde in 2016 een werkdefinitie op, die Nederland in 2018 heeft aangenomen:
“Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden, die kan worden uitgedrukt als haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom, tegen instellingen van de Joodse gemeenschap en religieuze voorzieningen.”
De definitie zegt er uitdrukkelijk bij dat kritiek op Israël die vergelijkbaar is met kritiek op elk ander land, niet als antisemitisch kan worden beschouwd. Dat is ook de houding van deze site.
Snelle toets: de drie D’s
Een handig geheugensteuntje van de Joods-Israëlische mensenrechtenactivist Natan Sharansky. Gaat een verwijt over tot een van deze drie, dan is het meer dan kritiek:
Israël of Joden afschilderen als het kwaad zelf, bijvoorbeeld met nazi-vergelijkingen of de bloedsmaad.
Israël veroordelen voor wat bij andere landen wordt genegeerd, of alleen Israëliërs uitsluiten.
Israël het bestaansrecht ontzeggen, of het Joodse volk het recht op zelfbeschikking.
De elf voorbeelden van de IHRA
Bij de definitie horen elf voorbeelden. Waar een verwijt uit onze argumentenbank zo’n voorbeeld raakt, staat dat erbij.
- 1
Oproepen tot, helpen bij of rechtvaardigen van het doden of schaden van Joden in naam van een radicale ideologie of extremistische geloofsopvatting.
- 2
Leugenachtige, ontmenselijkende, demoniserende of stereotiepe beweringen over Joden als zodanig of over de macht van Joden als collectief, zoals de mythe van een Joodse wereldsamenzwering of van Joden die media, economie, regering of andere instellingen beheersen.
- 3
Joden als volk verantwoordelijk houden voor werkelijk of vermeend wangedrag van één Joodse persoon of groep, of zelfs voor daden van niet-Joden.
- 4
Ontkennen van de feiten, de omvang, de mechanismen of de opzet van de genocide op het Joodse volk door nazi-Duitsland en zijn helpers (de Holocaust).
- 5
Joden als volk, of Israël als staat, ervan beschuldigen de Holocaust te hebben verzonnen of overdreven.
- 6
Joodse burgers ervan beschuldigen loyaler te zijn aan Israël, of aan vermeende Joodse belangen wereldwijd, dan aan hun eigen land.
- 7
Het Joodse volk het recht op zelfbeschikking ontzeggen, bijvoorbeeld door te stellen dat het bestaan van de staat Israël een racistische onderneming is.
- 8
Dubbele standaarden hanteren door van Israël gedrag te eisen dat van geen enkel ander democratisch land wordt verwacht of geëist.
- 9
Symbolen en beelden van klassiek antisemitisme (zoals de beschuldiging dat Joden Jezus hebben gedood, of de bloedsmaad) gebruiken om Israël of Israëliërs te typeren.
- 10
Hedendaags Israëlisch beleid vergelijken met dat van de nazi’s.
- 11
Joden collectief verantwoordelijk houden voor daden van de staat Israël.
De verwijten, gewogen
Zo vallen de verwijten uit de argumentenbank uit, in hun gangbare variant.
Antisemitisch volgens IHRA
In een gangbare variant antisemitisch volgens de IHRA-werkdefinitie.
Grensgeval
Op zich geen antisemitisme, maar het kan er gemakkelijk in overgaan.
Kritiek, geen antisemitisme
Valt als zodanig niet onder de IHRA-werkdefinitie; het weerwoord is inhoudelijk.
Wat kun je zelf doen?
- Blijf vriendelijk en precies. Benoem wat er klopt aan de kritiek en wijs dan aan waar het verwijt overgaat in een vooroordeel.
- Maak onderscheid. Kritiek op een regering is iets anders dan Joden of Israëliërs als groep aansprakelijk stellen.
- Meld antisemitisme. Bij het CIDI of via discriminatie.nl. Bij bedreiging of geweld: altijd de politie.
- Sta naast Joodse buren en collega’s. Een warm woord of een uitnodiging doet meer dan je denkt.